Zingen op grote voet
Niks aanleren, niks afleren

Als je te krappe schoenen aantrekt
en over een open vlakte loopt
kun je de vrijheid van de plek niet voelen,
tenzij je jouw schoenen uittrekt.
Rumi

Al een jaar of veertig probeer ik in woorden te vangen wat ik nou eigenlijk doe. Maar ook als ik nog veertig jaar doorga, wat een klein wonder zou zijn, dan zal ik ze niet vinden. Ik moet het doen met half vage, half concrete omschrijvingen. En trouwens vaak ook met ontkenningen. Nee, het is geen methode. Nee, je gaat geen nieuwe stemtechniek aanleren. Nee, het is geen therapie. Wat is het dan wel? Nou, laat ik wat stamelen: stembevrijding is een ervaring van meer ruimte, stembevrijding gaat over jouw verlangen naar waarachtigheid, stembevrijding is het meer en meer levend worden in alles wat er in jou woont en gehoord wil worden.

Dit is altijd het lastige van een column als deze schrijven: stembevrijding gaat precies over dat deel van ons en van ons leven waar we met woorden niet kunnen komen, terwijl het onmiskenbaar wél bij ons hoort. Of in de woorden van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke van meer dan honderd jaar geleden: ‘De dingen zijn niet allemaal zo gemakkelijk te begrijpen en te verwoorden als men ons meestal wil doen geloven; de meeste gebeurtenissen zijn niet te verwoorden, ze voltrekken zich in een ruimte die nog nooit door een woord is betreden.’

Duizend woorden (tel maar na…)
Waar mijn gestamel tekortschiet en mijn ontkenningen vooral vragen oproepen word ik geholpen door poëzie. Heb je het citaat van Rumi hierboven al wel gelezen? Lees het nog eens. Dit beeld zegt meer dan duizend woorden: stembevrijding wil je helpen om je te krappe schoenen uit te trekken. Er is een open vlakte beschikbaar, een grote ruimte die zindert van muziek, een ruimte waarin jouw en mijn stem kunnen floreren. Maar we moeten eerst, en trouwens steeds weer opnieuw, onze te krappe schoenen uittrekken. Over die krapte hoef ik je waarschijnlijk niet veel te vertellen, je kent ‘m vast, net als ik. Oordelen, verwachtingen, schaamte, controledrang, perfectionisme, strengheid, niet buiten de boot willen vallen, och, vul zelf maar in wat jouw krapte is. Laat ik je liever iets beschrijven over de ruimte die ook mogelijk is.

Al zingend komen we in wezen in onszelf aan. Als we in onszelf aankomen komen we aan in iets on-aards. Iets dat tegelijk helemaal van jou is en toch ook veel groter. Van oudsher heb ik geleerd om daar het woord ziel voor te gebruiken, niet omdat ik weet wat een ziel is, maar omdat het fijn is om een woord te hebben voor het onbenoembare. Ik las in een artikel iets over ‘hon’, een Koreaans begrip dat je, volgens de schrijfster, ‘kunt vertalen als ziel, maar dan zonder christelijke context.’ Dat was de eerste keer dat ik me realiseerde dat sommige mensen bij het woord ‘ziel’ denken aan iets christelijks. Dat verbaasde mij. Ik denk bij ziel nou juist aan iets wat eerder van een andere wereld is dan van deze. In deze wereld kunnen onze persoonlijkheden zich christelijk of moslim of jood voelen, maar de ziel heeft zo’n identificatie toch niet nodig?

Die zielenruimte, dat is de plaats waar onze muziek leeft. Of misschien is het beter om te zeggen: waar onze muziek binnenkomt, als inspiratie, als verlangen, ja, zelfs als noodzaak, als opdracht. Natuurlijk komt die muziek in iedere ziel, niet alleen maar in die van sommige bevoorrechten. En die muziek heeft een stem nodig. Jouw stem, wat je daar zelf ook maar van vindt. Rita Dams, voormalig concertzangeres, nu hoofdvakdocent aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, zegt het als volgt: ‘Als je hier staat met Gods opdracht aan jou, is het belachelijk om erover te denken of je stem mooi is of niet.’ 

Louter verlangen
Met die ruimte laat ik je graag kennismaken. We organiseren van tijd tot tijd een kennismakingsmiddag met stembevrijding. Ik ga je daar niks aanleren ik ga je ook niks afleren. Je schoenen blijven vermoedelijk even krap. Ik ga je alleen helpen om ze uit te trekken. Als je je dat voorstelt dan snap je meteen: het heeft iets in zich van ‘terug naar de natuur’. Terug naar onze natuurlijkheid, waarin zingen een volstrekt vanzelfsprekende en trouwens ook eenvoudige ervaring is. Eenvoud die niet per se makkelijk is, dat niet. We kunnen nogal gehecht raken aan complexiteit en aan goed ons best doen. Maar hier valt niks te bereiken met je best doen, en dat kan even wennen zijn. Eigenlijk zijn we vooral bezig voorwaarden te scheppen om onze muziek plotseling tevoorschijn te laten komen. En daarbij kunnen we ons laten leiden door de woorden waarmee Freek de Jonge in zijn memoires beschrijft wat hij van regisseur Thijs Chanowski leerde over dit soort processen: ‘Je moet vanuit het niets beginnen. Geen verwachting, louter verlangen.’

Louter verlangen volstaat dus. De middag heet niet voor niets: Jij Bent Muziek. Je bent het al, je hoeft dus niet je best te doen. Je hoeft alleen je krappe schoenen uit te doen. Het is een opgewekte en bij momenten mogelijk ook ontroerende middag.
Diezelfde avond zingen we het Lied van de Ziel. Ja, daar is dat woord ziel weer. Dat woord zegt lang niet alles, maar een beter woord heb ik niet. Want hoe anders kun je de ervaring beschrijven van de vreugde van het samen zingen, de spontane meerstemmigheid, de verstilling, de uitbundigheid, ja, de vrijheid? Het kan een verbazende, ja, zelfs ontzagwekkende ervaring zijn.

En dit zijn nog maar twee van de activiteiten die we aanbieden, we hebben er nog veel meer.

We doen het voor onszelf, maar niet alleen voor onszelf
Als je het bovenstaande wat navelstaarderig vindt klinken: het is mijn diepe overtuiging dat dit is wat ons te doen staat. Deze wereld heeft grote behoefte aan vrije, gelukkige, bewuste mensen, want zij kunnen met een open hart kijken en luisteren naar hun medemensen die soms ook behoorlijk krappe schoenen aan lijken te hebben.

Hartelijke groet,

Jan Kortie