Zingen, een onsterfelijke ervaring
Over een achterkant en twee perspectieven

Niets is zwaar, zolang wij licht zijn.
Richard Dehmel

Binnenkort vieren we Allerzielen. Dat is een van oorsprong katholieke gedenkdag voor de overledenen, dus die dag gaat over rouw, afscheid, sterfelijkheid. En toch staat er echt: we vieren Allerzielen. Paradoxaal, nietwaar? Maar ja, het is precies het besef van onze sterfelijkheid dat ons helpt om ons de kostbaarheid van iedere dag te realiseren en ervan te genieten, zoveel als we kunnen. Dus om ons leven te vieren. Allerzielen heeft dus twee kanten: rouw én vreugde. Laat ik bij beide even stilstaan.

De achterkant
Om te beginnen: rouw. Een van de mooiste uitspraken die ik daarover ken is deze: rouw is de achterkant van liefde. Er is rouw omdat er liefde was, verbondenheid. De mooie ervaring is voorbij, de geliefde persoon is er niet meer. Dat doet pijn. Ons hart breekt. Au. Waar eerst nabijheid was is nu gemis voelbaar. En eigenlijk gaat dat gemis nooit over. Het kan verzachten, het kan draaglijk worden. De tijd kan ons daarbij helpen. Maar we kunnen er niet veel in regisseren. Verzachting ontstaat niet omdat wij daar ons best voor doen, ze ontstaat omdat de tijd er rijp voor is en omdat we de pijn ruimte hebben gegeven, soms bijna eindeloos. We hebben niet iets goed ‘verwerkt’, we hebben ook niet iets ‘een plaats gegeven’, nee, we hebben iets toegelaten, erkend of zelfs verwelkomd. De geliefde is er niet meer, maar de liefde in ons is misschien zelfs gegroeid.

En muziek kan ons daarbij helpen. Recent was op onze klassieke radiozender een top 400 te beluisteren. De top drie bestond uit de Matthäus Passion, en twee Requiems. Muziek die troost en bemoedigt, die ons laat voelen dat er meer is, die een mysterieuze ruimte in onszelf opent. Dat soort muziek is geliefd, want ze opent een weg naar ons hart, welhaast vanzelfsprekend en moeiteloos. Voorbij woorden, voorbij begrijpen. Al luisterend of zingend ervaren we een dieper contact, met ons hart, met elkaar. In de mysterieuze ruimte van de muziek zijn we niet meer alleen. En al is het misschien maar voor even, toch is het heilzaam, hoopvol, steunend. Die kans grijpen wij straks met Allerzielen ook aan: we geven zingend ruimte aan ons gemis.

Maar er is meer
Met het gedenken van anderen die gestorven zijn worden we ook herinnerd aan onze eigen sterfelijkheid. Dat kan behoorlijk confronterend zijn, niet iedereen vindt het gemakkelijk om zich daartoe te verhouden. Maar voor wie dat wel aandurft opent zich potentieel een nieuw perspectief, en Allerzielen biedt ons dat perspectief. Op twee manieren.



Het eerste perspectief
Al wat op aarde leeft sterft. Maar dat betekent ook: alles wat nog niet gestorven is leeft! Ik zal sterven, maar nu leef ik! Ik weet niet hoe lang nog, maar ik weet wel: nu besta ik, in deze vorm. Dus zegt de Bachvereniging in een recente radiocommercial over hun Allerzielenconcert: Gedenk te sterven, maar pluk de dag! Wat mij betreft betekent dat niet: leef er maar op los, werk je bucketlist af, zorg dat je niks mist en niks tekortkomt. Dat is allemaal niet fout, maar ook niet persé heel vervullend. Ik voel meer voor: laat het leven echt toe in z’n volheid. Koester het feit dat jij een mens bent die een uniek leven leidt, er is niemand zoals jij. Niemand ervaart wat jij ervaart, niemand heeft de lessen geleerd die jij geleerd hebt, niemand heeft jouw talent, niemand kan jouw bijdrage leveren. Niemand kan zingen zoals jij, niemand kent jouw lied. Zelfs jij kent het pas als je het zingt. Dit is het eerste perspectief waar ik op doel: verwonder je, steeds weer, want je bent een éénmalig wonder. Die gedachte geeft ruimte om te genieten. Van ieder moment waarop je iets ontvangt of juist kunt geven, van ieder moment dat je iets moois ziet, iets lekkers proeft. Van ieder moment, lang of kort, waarop je gelukkig bent. Van ieder moment dat je dankbaarheid ervaart. Van ieder moment dat je liefhebt, op jouw onnavolgbare wijze. Richt je blik op wat er wél is, zolang het er is. Voor de duidelijkheid: dat betekent niet dat je je af moet wenden van je verdriet als dat er is. Want ook daarin schuilt een wonder, en misschien kun je dat ervaren als je erin zingt, huilt, zingt, huilt, zingt, lacht, huilt, zingt. Iedere jammerklacht laat zich ook bezingen en dat kan troostend zijn en soms zelfs heerlijk.

Het tweede perspectief
Het tweede perspectief dat Allerzielen biedt is van een andere orde. Het zit in het woord ziel. We vieren niet allerlichamen. Onze lichamen sterven, ja, ik peper het je nog maar eens in. Onze persoonlijkheid sterft. Ik sterf. Misschien beter gezegd: de persoon Jan sterft. Maar het wil er bij mij niet in dat daarmee al mijn ervaringen verloren gaan. Ik zou nu kunnen schrijven: mijn ziel sterft niet. Maar eigenlijk weet ik niet wat dat betekent. Wat is die ziel dan? En waar? Hier val ik stil. Hier heb ik je vooral vraagtekens te bieden. Maar die vraagtekens zijn mij wel dierbaar, er zit leven in, een ander soort leven. Ze brengen me in contact met een mysterieuze ruimte, en met een vermoeden van een bron. Een ruimte van licht, van hoop, ja, van vreugde. Dat is het tweede perspectief: jij en ik maken deel uit van een ons overstijgend mysterie. Daar kan ik over nadenken en praten en schrijven. Maar veel liever zing ik erover. Liefst samen met jou. Want dan pas wordt het echt vieren.

Kom je ook?

Jan Kortie