Wat een boek is dit.
Lieke Marsman, schrijver, dichter en filosoof, kreeg onlangs de Constantijn Huygens-prijs toegekend voor haar hele oeuvre. Nou, als ze alleen maar dit ene boek geschreven zou hebben was het wat mij betreft al terecht geweest. Nog nooit las ik een boek waarin het persoonlijke en het filosofische zo poëtisch en hartstochtelijk samenkomen. Het is intelligent, menselijk, kwetsbaar en nooit larmoyant, terwijl ze toch met grote openheid schrijft over hoe het is om oog in oog met de dood te staan. Het is een waarachtige oproep tot leven. En tot hoop, hoe vergezocht en onrealistisch die ook mag lijken.
Samenleven met de dood veranderde Lieke Marsmans wereldbeeld: voor ze kanker kreeg beschouwde deze zich als totaal rationele atheïst. Maar na de diagnose die haar leven op z’n kop zette, raakte ze geïnteresseerd in God en ufo’s, in kwantummechanica en christelijke denkers. Ze neemt ons, lezers, filosoferend mee de diepte in mee in en is in dagboekfragmenten zeer openhartig over alles wat ze ervaart. Ik hoop dat onderstaande fragmenten uit dit boek, dat begin 2025 is uitgekomen, je een eerste beeld geven en dat je daarna meteen op de fiets stapt naar de boekwinkel.
Op een kernmoment in het boek citeert ze de Amerikaanse dichter Christian Wiman, die opgroeide in een streng religieus gezin en later afstand neemt van die conservatief-christelijke achtergrond:
Maar als hij na zijn kankerdiagnose op de rand van leven en dood balanceert, schrijft hij: ‘Mijn oude ideeën waren simpelweg niet toereikend voor de uitersten van vreugde en verdriet die ik onderging.’ En dan weet ik: dat is het.
Het is dat woordje, ontoereikend. (P23)
Dat ene woord ontoereikend bleef me de rest van het boek bij. Misschien wel omdat het zo raakt aan stembevrijding. We willen zingen omdat praten op allerlei momenten gewoon ontoereikend is. We willen zingen omdat er meer is dan we kunnen bevatten. Dat willen we bezingen. En dat (be)zingen bevrijdt ons. We richten ons omhoog, naar het mysterie, en omlaag, naar onze eigen diepte, waar ook onze pijn voelbaar is. We willen zingen omdat het horizontale aardse ontoereikend is op momenten waarop het er echt op aankomt.
Verderop citeert ze de Russische dichter Jevgeni Jevtoesjenko. Als je zijn woorden toepast op muziek heb je een prachtige omschrijving van wat improviseren in wezen is:
'Het is gezapig altijd juist te handelen.
Het is saai je expres te misdragen.
Maar het is geweldig niet te weten wat je nu eens zal doen.' (P29)
Maar laat ik vooral haar zelf aan het woord laten:
Ik wist niet dat ik zo kon lijden, fysiek en geestelijk, maar ook niet dat ik zoveel lijden kon verdragen. Al betekent dat soms wel dat ik, juist om te kunnen verdragen, de werkelijkheid moet ontvluchten. Er is op zulke momenten maar één uitweg, en dat is me vol overgave op het absurde te storten, dat omarmen.
(…)
Maar deze momenten van overweldigd zijn door je lot, wanneer je wordt opgeslokt door de realiteit ervan… op deze momenten kan dus ook de religieuze ervaring zich aandienen. Hoe gehecht je ook bent aan je eigen rationele wereldopvatting en hoezeer je ook een atheïstische opvoeding hebt genoten, onder de hogedrukspuit van een naderende dood houdt je rationaliteit het niet lang uit. Het blijkt een poreus en arrogant bouwsel, niet bestand tegen de influx van emoties en hormonen van een brein dat beseft dat het aan het sterven is. En opeens schijnt iedere vorm van anti-spiritualiteit, waar ik me vroeger zelfgenoegzaam achter zou hebben geschaard, belachelijk. Er moet nog een ander leven zijn. Dit leven is te kort, te gebroken. (P30/31)
Mensen vragen me nu enigszins smalend: dus jij gelooft in God? Mijn antwoord luidt: hoe heb ik ooit níét kunnen geloven? Waarom heb ik er ooit genoegen mee genomen dat ik zou moeten leven in een onttoverde wereld, een leven van leegheid, sleur, van onzinnige procedures en sociale conventies? Waarin je je moet houden aan ongeschreven regels, zoals dat je hond niet op bed mag slapen, waarin je geluk moet doseren, waarin je altijd binnen de lijntjes moet kleuren en je iedere beslissing tot op het bot moet rationaliseren, ook al kom je keer op keer tot de conclusie dat je er op rationele wijze naast hebt gezeten? Dit is het dichtst bij een openbaring dat je als mens kunt komen: niet de wetenschap dat er een God bestaat, maar de wetenschap dat je jezelf toestaat te geloven in dingen die je niet kunt toetsen. (P 41/42)
In haar dagboek schrijft ze op 12 augustus 2020:
Hoewel de paniek dit keer (morgen weer scans) pas laat toesloeg, kan ik toch zeggen dat ze zich heeft aangediend, en in vol ornaat ook. Ik denk veel na over verantwoordelijkheid en eigenaarschap de laatste tijd – verantwoordelijkheid nemen voor je leven tot dusver voelt zo bevrijdend. Voor de fouten en juist ook voor de successen – hoe vaak heb ik wel niet gedaan alsof die toevallig waren! Dat waren ze niet, ik neem verantwoordelijkheid – zo’n enkel simpel zinnetje opgezegd in mijn hoofd voor ik in slaap val kan me een hele nacht tot rust wiegen. Ik dacht, misschien moet ik ook verantwoordelijkheid nemen voor de kanker – maar dat gaat me te ver. Ik kan er niks aan doen. Maar toen kwam het besef van eigenaarschap. Al is dit niet de koers die ik voor mij leven heb uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag. (P 104/105)
‘Omdat we bang zijn iets zeer slechts te maken, hebben we niet de moed om iets zeer goeds te maken, en we maken daarom maar iets middelmatigs,’ schrijft de Italiaanse dichter en filosoof Giacomo Leopardi (1798-1837) in z'n dagboekaantekeningen Zibaldone.
Deze angst kan zich in vele facetten van het leven nestelen, maar belangrijker nog, in het leven zelf. Je committeren aan het leven, het hele leven, al z’n onhandige rampspoed incluis, is zo eng dat daarom 95 procent van ons leven bestaat uit het zoeken naar afleiding. Bang dat iedere keuze die we vol overtuiging maken ons afsluit van andere, mogelijk betere keuzes, en nog banger dat daarmee de sluizen van andermans veroordeling voorgoed geopend zijn. En daar lig je dan op je sterfbed, en je hoopt dat God je je middelmatigheid zal vergeven. (P109/110)
En dan weer een dagboekfragment, van 16 mei 2022:
Misschien leef ik nog twee jaar, met pech één, met geluk vier. Ik mag het op mijn manier doen. Ook het sterven. Ik wil het niet, dat zachte kleffe bolletje boterhamworst van de Nederlandse palliatieve zorg. Die doorgekookte groente van ze en de boodschap: we willen dat u geen pijn meer heeft, mevrouw. Flikker op! Leven is lijden, en belangrijker: lijden is leven! (P 137)
De laatste alinea’s van het boek gaan over haar angst voor de dood, of beter: voor al die momenten ervoor dat ze iets voor het laatst zal meemaken, niet voor de dood zelf, niet voor het sterven, niet voor het lijden, niet eens voor het afscheid van geliefden.
En tot die tijd wil ik altijd een oproep tot leven zijn. (P 190)
En dat is ze.
Ollekebolleke 1Het ollekebolleke is een versvorm die werd bedacht door Drs. P, van wie ik een groot fan ben. Hij noemde de dichtvorm naar het gelijknamige kinderversje, vanwege het vrijwel identieke metrum ervan. Het schrijven van een ollekebolleke is een leuk (en verslavend) puzzeltje en als je eruit komt is je dag meteen geslaagd. Dit zijn de voorschriften: het gaat om acht regels, in dat vaste wals-achtige ritme, in twee blokjes van ieder 22 lettergrepen. De eerste twee regels van ieder blokje hebben zes lettergrepen, de andere regels zijn vrijer. De vierde en de achtste regel rijmen. De crux zit bij de zesde regel: die bestaat uit één woord. Van zes lettergrepen, met de hoofdklemtoon op de vierde. Bijkomende voorschriften (waar de doctorandus zich overigens zelf niet altijd aan hield): de eerste regel bevat een uitroep, de tweede regel introduceert het onderwerp (hier: de schrijver). Probeer maar eens uit en onthoud: het gaat niet om de prestatie maar om de pret.
Leven onttrekt zich, zo
Meldt deze Marsman ons,
Wezenlijk aan wat
De ratio weet
Lieke toont ons hier haar
Onatheïstische
Levensverlengende
Eigen planeet















