Nick Cave en Sean O’Hagan – Geloof, Hoop en Ravage
Over de onbetwistbare goedheid en de overduidelijke heilzaamheid van muziek

Muziek heeft het vermogen om ons, al is het maar tijdelijk, in een gewijde ruimte te brengen.

In plaats van zelf te proberen om een korte beschrijving van dit boek te geven laat ik maar even de uitgever aan het woord: ‘Geloof, hoop en ravage is een betoverend boek over de turbulente levensreis van Nick Cave. Het verkent existentiële vragen over geloof, kunst, muziek, vrijheid, verdriet en liefde en stapt zonder terughoudendheid Caves leven in, van zijn vroege jeugd tot het heden, met inbegrip van zijn liefdes, zijn onwankelbare arbeidsethos, de dood van zijn zoon en zijn opmerkelijke metamorfose in recente jaren. Dit boek is een weerslag van intieme gesprekken met journalist Seán O’Hagan.’ Het dagblad Trouw schreef er over: ‘Voor fans is het boeiend om te lezen hoe Nick Cave niet langer de agressieve punkrocker van vroeger is: hij is voorzichtig geworden, spreekt liefdevol over anderen en de samenleving als geheel. Toch is dit boek veel meer dan fanmateriaal. Als hij reflecteert over de aard van rouw, bijvoorbeeld, doet hij dat op werkelijk ontroerende wijze en filosofisch diepzinnig.’

Het zijn grote woorden allemaal, maar ik vind ze niet overdreven. En ik behoor niet tot zijn trouwe fans, althans: z’n muziek doet mij niet veel. Maar uit dit boek zou ik eindeloos kunnen citeren, want wat hij zegt over musiceren, over leven en dood, over lijden, over religie en spiritualiteit spreekt mij enorm aan. Lees maar mee, in de volgende passages. Hier en daar valt hij in herhaling, maar in net weer andere bewoordingen, en dus opnieuw inspirerend.
(En als het onderstaande je boeit dan is het ook aanbevelenswaardig om je te abonneren op de ‘Red Hand Files’, een soort nieuwsbrief die Cave iedere paar weken rondzendt, waarin hij op eigenzinnige en vaak prachtige manier antwoord geeft op vragen die fans hem sturen.)

Improvisatie is in wezen een daad van extreme kwetsbaarheid. Maar het is ook een pad naar creatieve vrijheid, naar het wilde avontuur, waarin dat wat werkelijk van waarde is vaak naar boven komt door muzikale misverstanden. (P 18)
Je moet (al musicerend - jk), op z’n minst een deel van de tijd, verblijven in de wereld van het mysterie, onder die grote en angstaanjagende artistieke wolk van niet-weten. De creatieve impuls is voor mij een vorm van verbijstering, en vaak dissonant en verontrustend. Hij knaagt aan je gekoesterde zekerheden, hij morrelt aan je idee over wat acceptabel is. Hij is de drijvende kracht die jou leidt waar hij heen wil gaan. En niet andersom. Jij leidt hem niet. (P 19)
Ik denk dat de beste ideeën voortkomen uit ongelukken binnen een gecontroleerde context. Bewuste ongelukken, zou je ze kunnen noemen. Daarbij gaat het erom dat je op een diep niveau weet wat je aan het doen bent, maar tegelijkertijd vrij genoeg bent om het toeval te verwelkomen. Je bereidt je voor, maar je laat dingen ook gebeuren. 
(…)
Op het moment dat je begint te improviseren in een studio heb je simpelweg geen controle over het creatieve proces. (…) Op een bepaalde manier komt er juist zoveel kracht voort uit het niet-weten en het niet volledig de controle hebben. Voor mij zit daar de echte schoonheid in. Het blijkt dat je door gewoon open te zijn een doorgeefluik wordt voor iets anders, iets magisch, iets wat energie opwekt. Dat gezegd hebbende: dat magische kan alleen gebeuren als er al iets staat waar je op kunt voortbouwen. Het is niet genoeg om met een paar gasten die geen flauw benul hebben waar ze mee bezig zijn, bij elkaar te gaan zitten en een beetje aan te kloten. (P 27)
De rigide en zelfingenomen zekerheid van sommige religieuze mensen – en van sommige atheïsten net zo goed – vind ik afkeurenswaardig. De arrogantie. De schijnheiligheid. Ze laten me koud. Hoe onwrikbaarder hun overtuigingen zijn, hoe bekrompener mensen worden. Ze zijn namelijk gestopt met vragen stellen, en dat niet-vragende kan soms gepaard gaan met een houding van morele superioriteit. (P 33)

Over hoe muziek ons helpt om onze aangeleerde verdedigingspatronen door te prikken:

Muziek weet te raken aan wat daaronder ligt, dat wat de kern is van ons allemaal, dat pure, dat goede. De heilige essentie. Ik denk dat, van alles waar we toe in staat zijn, in ieder geval op artistiek gebied, muziek de grote aanwijzing is dat er iets anders aan de hand is, iets onverklaarbaars, omdat muziek ons in staat stelt om authentieke momenten van transcendentie te ervaren. (P 34)
Gebed is volgens mij een manier om een ruimte in onszelf te creëren waar we kunnen luisteren naar de diepere, mysterieuzere facetten van ons wezen. (P 50)
Ik denk dat kwetsbaar zijn betekent dat je leeft op de rand van ondergang en mislukking. Op die plek voel je dat je leeft, en ben je voor van alles ontvankelijk, zowel op creatief als op spiritueel gebied. (…) Het is een genuanceerde plek, waar dreiging in de lucht hangt, en waar tegelijkertijd alles doorspekt is van kansen en mogelijkheden. Het is de plek waar grote veranderingen zich voltrekken. Hoe meer tijd je daar doorbrengt, hoe minder bezorgd je raakt over hoe je gezien of beoordeeld wordt. En daar zit uiteindelijk de vrijheid in. (P 51) 
Muziek heeft het vermogen om ons, al is het maar tijdelijk, in een gewijde ruimte te brengen. Ze speelt in op het verlangen dat veel mensen instinctief hebben – het God-vormige gat, zeg maar. Ze is de kunstvorm die dat gat het meest effectief kan vullen, omdat muziek ons minder eenzaam doet voelen. Muziek geeft ons het gevoel van spirituele verbondenheid. Sommige muziek kan zelfs een spirituele verschuiving in het bewustzijn bewerkstelligen. Muziek kan, wanneer ze op haar best is, een heilige ruimte tevoorschijn toveren. (P 90)

Over live-optredens:

We zijn dan bij elkaar rondom een gemeenschappelijk doel, niet alleen met de band, maar ook met het publiek. Er is iets wat ons verenigt en onze collectieve ziel verheft. Dat gaat ook gepaard met het verlies van jezelf, met het opgaan is iets groters. Waar kunnen we vandaag de dag zoiets ervaren, behalve in een kerk?
(...)
Dus godzijdank, letterlijk, voor muziek. Want muziek is, naast de ongerepte natuur, een van de laatst overgebleven plekken waar mensen ontzag kunnen voelen door iets wat zich in realtime afspeelt, en waarbij ze eerbied en verwondering kunnen ervaren. (P 129-130)
De artiest bestaat niet om zijn of haar publiek te dienen. De artiest bestaat om het idee te dienen. Het idee is het licht dat het publiek en de artiest naar een betere plek leidt. (P 171)
Kunst heeft geen bestaansrecht als zij niet in staat is zaken te verbeteren. Ik denk dat muziek, met name livemuziek, in staat is om ons bij ons hogere zelf te brengen. Op het collectieve moment van een optreden worden mensen verenigd door de muziek. Dat heeft op zich al een morele kracht. Het kan een uiterst positieve invloed hebben op mensen en op hun relatie met anderen. Ons betere zelf bestaat uit een verzameling voorbijgaande ervaringen die ons spiritueel verheven hebben. Van die ervaringen is muziek potentieel het meest transcendent en noodzakelijk. Als het ons ontbreekt aan dat soort transcendente ervaringen, krimpen we ineen, worden we harder en onverdraagzamer. (P 171)

Is dat niet precies wat we vandaag de dag in onze westerse wereld meemaken, verharding die voortkomt uit ineenkrimpen door een gebrek aan transcendente ervaringen die zo waarachtig zijn dat ze ons optillen? Dat is dan meteen onze hoopvolle opdracht, wat mij betreft: voorzien in dat soort van ervaringen, voorbij alle dogmatiek.

Lijden biedt ons de gelegenheid om in iets anders te veranderen, hopelijk in iets beters. (P 179)
In feite is wat we zien als slecht, of als zonde, in werkelijkheid lijden. (P 184)
Van alle creatieve vormen is muziek het beste in staat om het hart te herstellen. Dit zou weleens het hele doel van muziek kunnen zijn. De genezende geest is het meest werkzaam in muziek en muziek is voor letterlijk iedereen toegankelijk. Ik weet dit omdat muziek mij geholpen heeft en mijn redding is geweest. Muziek straalt liefde uit en brengt genezing. (P 225)
Muziek is een van de laatste grote spirituele gaven die we nog hebben om troost te brengen in de wereld. Het is naar mijn mening een soort plicht om je muziek te gebruiken, niet voor zelfverheerlijking, maar ten dienste van anderen. Als je het mij vraagt is dat onze taak als kunstenaars. (P 243)
Ik zou dit willen zeggen tegen iedereen die probeert om een muzikant of schrijver of wat voor kunstenaar dan ook te worden: leer uiteraard zoveel als je kunt over je vak, maar vertrouw uiteindelijk op je eigen instinctieve impulsen. Heb vertrouwen in jezelf, zodat je kunt staan voor wat je gedaan hebt en ervoor kunt vechten, want als je het met dat geloof omgeeft, dan heeft het zijn eigen waarheid, zijn eigen eerlijkheid, zijn eigen veerkrachtige kwetsbaarheid, en daarmee ook zijn eigen waarde. (P 270)
Muziek is een spiritueel geschenk, dat beter dan wat dan ook in staat is om mensen uit hun lijden te halen, dus ik vat mijn werk niet licht op. De onbetwistbare goedheid van muziek, de overduidelijke heilzaamheid waarmee ze gepaard gaat – haar vermogen om de geest te verruimen, troost te bieden, gezelschap, genezing en, nou ja, betekenis – daarin lijkt ze veel op religie. (P 285)

En dan als uitsmijter:

Hoop is optimisme met een gebroken hart. (P 289) 

Ollekebolleke 1Het ollekebolleke is een versvorm die werd bedacht door Drs. P, van wie ik een groot fan ben. Hij noemde de dichtvorm naar het gelijknamige kinderversje, vanwege het vrijwel identieke metrum ervan. Het schrijven van een ollekebolleke is een leuk (en verslavend) puzzeltje en als je eruit komt is je dag meteen geslaagd. Dit zijn de voorschriften: het gaat om acht regels, in dat vaste wals-achtige ritme, in twee blokjes van ieder 22 lettergrepen. De eerste twee regels van ieder blokje hebben zes lettergrepen, de andere regels zijn vrijer. De vierde en de achtste regel rijmen. De crux zit bij de zesde regel: die bestaat uit één woord. Van zes lettergrepen, met de hoofdklemtoon op de vierde. Bijkomende voorschriften (waar de doctorandus zich overigens zelf niet altijd aan hield): de eerste regel bevat een uitroep, de tweede regel introduceert het onderwerp (hier: de schrijver). Probeer maar eens uit en onthoud: het gaat niet om de prestatie maar om de pret.
Fans en ook niet-fans, kijk!
Hier schrijft Nick Cave over
Punk en geloof
En verslaafd zijn aan dope

Rouw versus levenslust,
Avonturiersgedrag,
Soms een ravage,
Maar bovenal hoop