Damaris Matthijsen – Vrij, Gelijk & Samenleven
Over 'islands of sanity'

Dit is werk voor pioniers, voor jou en mij.
Dat is in de geschiedenis altijd zo geweest en zal nu niet anders zijn.

Dit is een boek dat niet alleen de stembevrijder in mij aanspreekt, maar ook de econoom die nog altijd in mij huist. De stembevrijder die altijd op zoek is naar meer vrijheid, naar de gelijkwaardigheid van alle stemmen en naar de oprechte samenheid die zingend zo voelbaar kan zijn. En de econoom die al al sinds mijn studie economie denkt: het moet anders kunnen in deze wereld. De stembevrijder en de econoom zijn het hartgrondig met elkaar eens dat stembevrijding een werkelijke bijdrage te leveren heeft aan de transformatie die in onze wereld zo nodig is en die trouwens ook gewoon aan het gebeuren is, al zou je dat soms niet zeggen. Het gaat om vrijheid, gelijkheid en broederschap, de Fransen zeiden het al, zingend en samenlevend.

Het zijn precies die drie woorden die Damaris Matthijsen inspireerden. Zij is oprichtster van Economy Transformers, een beweging voor ondernemende mensen die een radicaal liefdevol perspectief zoeken. Mensen die naar een samenleving en een economie verlangen die goed is voor iedereen en ook voor de aarde. Centraal in haar werk staat de transformatie van ons eigendomsbegrip en de zeggenschap over grond, arbeid en kapitaal. Ze onderzoekt hoe daarin niet de markt of de staat leidend zouden hoeven te zijn, maar wij mensen onderling. Zo vinden we de weg terug naar liefde, vertrouwen, creativiteit en heelheid. Ze beschrijft een economie waarin niemand zich meer grond, grondstoffen of kapitaal kan toe-eigenen, en waar we onze veiligheid niet vinden in bezit maar in een gemeenschap waarin voor iedereen wordt gezorgd en waarin ieders bijdrage ertoe doet. En ik denk daarbij steeds: ja, en zingend kunnen we daar al een voorschot op nemen.
Hieronder wat citaten uit dat boek, waarbij ik vooral gekozen heb voor passages waar de link met zingen voelbaar is.

Op P 34 citeert ze de Amerikaanse architect en filosoof Richard Buckminster Fuller:

You never change things by fighting the existing reality. To change something, build a new model that makes the existing model obsolete.

Niet vechten, maar creëren, dus. De stelligheid van het ‘never’ in dit citaat deel ik niet, ik denk dat we de vurige vechters onder ons ook nodig hebben. Maar waar vechten tot een verstrakte verbetenheid leidt verdwijnt iets van de openheid die altijd nodig is. En zingend betekent het: schaven aan je technische volmaaktheid kan ook een gevecht worden en dan doe je er beter aan om uit een bestaand oud patroon (bijvoorbeeld: ‘ik moet ontspannen zingen’) te stappen en je te openen voor een ruimer perspectief (‘welke nieuwe ervaring zou er schuil gaan onder deze spanning in mij?’).

Bouwen dus. Waaraan bouwen we dan? We creëren nieuwe islands of sanity, een term die ze ontleent aan de eveneens Amerikaanse schrijfster Margaret Wheatley. Wat een prachtig beeld, eilanden van gezondheid, van heelheid in een wereld die dolgedraaid is.

We bouwen aan iets nieuws met onze eigen creativiteit en passie, om te laten zien dat het anders kan, gebaseerd op de liefde voor mens en Aarde. (P 85)

En hoe doe je dat?

Feitelijk zijn dit de twee klussen die je als Deelgenoot te klaren hebt: je ster op Aarde brengen en eigenaarschap nemen over je verleden. (P 115)

Ofwel: doen (zingen) waar je hart, dus je talent naar uitgaat, én alles onder ogen zien wat jou daar vanuit je eigen geschiedenis van tracht te weerhouden. Je verleden kom je onvermijdelijk tegen, en je kunt je ervan bewust worden door aandachtig te zijn naar je eigen reacties op je omgeving:

Elke reactie die groter is dan waar de situatie om vraagt komt voort uit een (…) situatie waarin iets ouds omhoogkomt en aangeraakt wordt. (P 117)

Vervang in de volgende passages zelf desgewenst hier en daar woorden als ‘doen’ door ‘zingen’ en ‘idee’ door ‘lied’:

Als initiatiefnemer ben jij eigenlijk de drager van het idee dat tot verschijning wil komen. Het idee is in die zin groter dan jijzelf en tegelijkertijd ben jij (…) een voorwaarde voor het verwezenlijken en verwerkelijken van het idee om tot verschijning te komen. Je kunt jezelf dan ook niet genoeg overschatten en onderschatten tegelijkertijd. Jij bent de enige die het kan doen en tegelijkertijd doe jij er als ego helemaal niet toe. Sterker nog, met je kleine, bange ego kun je je idee ook flink in de weg lopen. (…) Het verwerkelijken van je idee is daarmee ook gelijk een zuiveringsproces van je ziel, een louteringsproces. (P 145)
Als impulsdrager ligt je motivatie vaak bij het waarnemen van een nood van de ander. De wereld doet op de een of andere manier pijn of je mist er simpelweg iets in. Zij is niet af zoals ze nu is, jij wilt er iets aan toevoegen. Dat kan een eigen behoefte zijn die onvervuld blijft (…) of een nood bij een ander, een pijn, een gemis, een onvervuld verlangen. (P 153)

In het hoofdstuk over eigendom gaat het juist ook veel over het eigenaarschap over je eigen leven:

Je kunt alleen maar zelf eigenaarschap nemen over jouw ontwikkeling en deze ter hand nemen, hoe moeilijk soms ook. Hoezeer je soms ook zal denken dat als de ander nu maar dit of dat ging doen, het allemaal beter zou gaan. (P 202)

Verderop in het boek komt ze nog eens terug op de als-dan-strategie, die in onze wereld heel veel voorkomt en altijd leidt tot afschuiven van verantwoordelijkheid. Naar anderen, naar instanties, naar de toekomst, naar het verleden. ‘Als mijn partner, mijn ouder, mijn werkgever nou eens….’ ‘Als ik vroeger niet zo…’ ‘Als ik wat meer….’ Altijd weg van hier en nu en ik. In wezen komt het vaak neer op slachtofferschap, ofwel: geen eigenaarschap nemen over jezelf in waar jij nu bent. Fijne en best simpele oefening: jezelf bewust worden van iedere keer dat er (vaak natuurlijk verkapt) sprake is van als-dan, bij jezelf of bij anderen. Vaak zul je dan eerst iets in jezelf gewaar (moeten) worden op het niveau van energie: er is dan iets weggelekt, er ontstaat iets van bedruktheid, terugtrekken, verwijdering. Het kan heel subtiel zijn, maar het is altijd een lek, en dat is in jou voelbaar.

Maar we zijn geen slachtoffers. We zijn in ieder geval ook daders:

Op de vraag hoe we aan onze rijkdommen zijn gekomen, is het antwoord schrikbarend simpel: roof. (P 207)

Maar laten we niet hard zijn, niet naar anderen en ook niet naar onszelf. Want we hebben geduld nodig, veel geduld.

Werkelijk vertrouwen hebben in, en liefde hebben voor de zichzelf ontwikkelende mens en de zich ontwikkelende Aarde. Dat onze bewustzijnsontwikkeling niet sneller gaat dat dat-ie gaat. Ook al begrijp je de zin niet van de pandemie, de oorlogen, het klimaat, en het stikstofprobleem, de verloren biodiversiteit, de verhouding tussen arm en rijk die almaar schever wordt: zij zijn uiterlijke verschijningen en uitdrukkingen van hoe wij hier als dominant geworden deel van de mensheid zijn gaan denken over onszelf en het leven. En hoe we daarin de heelheid en het begrip van Leven zijn kwijtgeraakt. Deze uiterlijke manifestatie als gevolg van onze manier van denken, zal als een spiegel voor ons gaan werken waardoor we ons bewust kunnen worden wat Leven is. (…) Hoe meer we nu naar binnen durven gaan en ons afvragen wat Leven werkelijk inhoudt, hoe beter we in staat zullen zijn om van daaruit werkelijk nieuwe vormen te scheppen die Leven gevend zijn. Vertrouwen op het Leven zelf (...). En dat vraagt onze overgave en acceptatie. (P 320)

Het gaat natuurlijk ook om samenwerken (samen zingen) met mensen die je niet begrijpt, die soms diametraal andere ideeën hebben.

Je moet het echt graag willen, dit proces met elkaar aangaan, willen groeien en volwassen worden. Nieuwe vrij-gelijk-samen-basisstructuren ontwerpen. Waar straks nieuwe mensen in geboren zullen worden, zodat het voor hen vanzelfsprekend zal zijn om daar een plek in in te nemen. Dat is werk voor pioniers, voor jou en mij. Dat is in de geschiedenis altijd zo geweest en zal nu niet anders zijn. Daar leg ik me bij neer, wetende dat ik bouw aan een samenleving die werkelijk Leven gevend is voor alle mensen. (P 330)
Omdat we allemaal in ontwikkeling zijn is dit een hobbelige weg. Een hobbel-de-bobbelweg van liefde en vertrouwen. Het juiste tempo wordt aangegeven door de realiteit van nu, op Aarde. Niet over mensen heen, maar werkelijk samen. En dan zullen we de pijn moeten uithouden van het aardse en menselijk lijden terwijl we de kiemen leggen voor een nieuwe Aarde. Het kan niet anders dan in een aards tempo gaan, hoe pijnlijk dit inzicht ook is. (P 332/333)

Laten we die pijn dan maar wel bezingen, dat maakt ‘m draaglijker.

Ollekebolleke 1Het ollekebolleke is een versvorm die werd bedacht door Drs. P, van wie ik een groot fan ben. Hij noemde de dichtvorm naar het gelijknamige kinderversje, vanwege het vrijwel identieke metrum ervan. Het schrijven van een ollekebolleke is een leuk (en verslavend) puzzeltje en als je eruit komt is je dag meteen geslaagd. Dit zijn de voorschriften: het gaat om acht regels, in dat vaste wals-achtige ritme, in twee blokjes van ieder 22 lettergrepen. De eerste twee regels van ieder blokje hebben zes lettergrepen, de andere regels zijn vrijer. De vierde en de achtste regel rijmen. De crux zit bij de zesde regel: die bestaat uit één woord. Van zes lettergrepen, met de hoofdklemtoon op de vierde. Bijkomende voorschriften (waar de doctorandus zich overigens zelf niet altijd aan hield): de eerste regel bevat een uitroep, de tweede regel introduceert het onderwerp (hier: de schrijver). Probeer maar eens uit en onthoud: het gaat niet om de prestatie maar om de pret.

Alles kan anders! 
Damaris brengt radicaal
En toch geduldig
Een oproep vol hoop:

Kom, wij creëren in
Broederenzusterschap
Islands of sanity
(Nee, niet te koop…)