Je identiteit of je leven!
In drie stappen naar je eigen muziek, simpeler wordt het niet.

Wat inspiratie ook is, het komt voort uit een voortdurend niet-weten.
W. Szymborska

Een paar maanden geleden zag ik op tv de uitreiking van een Edison aan Pieter de Graaf, winnaar van deze muziekprijs in de categorie ‘Neoklassiek’. Wat een fascinerend woord, wat is neoklassieke muziek? Neo betekent nieuw en klassiek betekent, eh, nou ja, klassiek. Ik dacht dat ik wist wat klassieke muziek is, maar als je op Wikipedia de definitie ervan zoekt kom je een onnavolgbare woordenbrij tegen. Het is kennelijk nogal lastig om dat begrip af te bakenen. Op Wikikids draaien de kinderen er minder omheen, daar las ik: ‘Klassieke muziek is muziek die al heel oud is.’

Pieter de Graaf is opgeleid als jazzpianist. Na jarenlang getoerd te hebben raakte hij verveeld. Op een bepaald moment realiseerde hij zich dat hij niet meer voelde wat hij speelde. ’Ik vertelde niet veel.’ Hij besloot te stoppen met optreden om de rust te hervinden om weer dingen te creëren. ’De enige voorwaarde was dat ik echt elke noot die ik zou gaan spelen weer zou gaan voelen.’ Hij pakte dat vrij radicaal aan: ’toen ben ik echt letterlijk met één noot begonnen, om juist los te komen van alle stijlen’. Die noot bleef hij herhalen om ‘de muziek te laten vertellen wat dan de volgende stap zou zijn, wat misschien een beetje zweverig klinkt, want ik was er natuurlijk zelf bij.’ Dat leidde tot een nieuwe vorm van muziek, waarbij hij piano speelt, maar ook elektronica gebruikt. En dat klinkt inderdaad, tja, neoklassiek. Hij maakte een cd en won daarmee die Edison.

Wil je een identiteit, of wil je levendigheid?
Ik smulde van dit verhaal (en ook van de muziek). Hoe herkenbaar! Je doet een tijdlang waar je plezier in hebt, met wat geluk (en hard werken) kun je er je broodwinning van maken. En dan komt er een moment waarop je je gaat vervelen. Iets is op, is klaar. Dan is de cruciale vraag: hou je vast aan wat goed werkt? Of durf je los te laten en zonder enige garantie opnieuw te beginnen? Enkel omdat je hart je dat ingeeft. Of: je lichaam, want wat ons hart beroert is natuurlijk in ons lichaam voelbaar.

Dat is een dappere stap en het is altijd inspirerend om iemand te zien die dat durft. We moeten immers van tijd tot tijd allemaal zo’n stap maken, groter of kleiner. Eigenlijk gaat het dan steeds over het loslaten van een houvast, en je weer overgeven aan de stroom van het leven. Je vertrouwen niet (langer) baseren op je identiteit, maar op je creativiteit, je veerkracht, je talent en je vermogen om mee te bewegen met wat er gebeurt.

Drie stappen
Hoe hervind je inspiratie en levendigheid als je die kwijt bent? Ik leerde hierover in de allereerste workshop over improviseren die ik ooit volgde een belangrijke les. Het gaat om drie stappen. Ik zal ze hier beschrijven zoals ik het in het musiceren steeds ervaar, maar je zult wel snappen dat deze les ook in de rest van het leven toepasbaar is.

Stap één: laat het stil worden. Wacht. Durf aan om het even niet te weten en niet te hoeven weten. Open je, dat betekent: voel wat er te voelen is. Dat is bijna altijd meer dan je je bewust was. Voel, adem, zucht eventueel als dat lekker is. Neem de tijd. Luister, met je oren, maar vooral met je hart.

Stap twee: als je de neiging in jezelf voelt opkomen om te gaan spelen of zingen volg die dan, maar begin in grote eenvoud. Zoals Pieter de Graaf: met één toon. Geloof me, dat is altijd weer de beste start van ieder nieuw muziekstuk: de super-eenvoud van één toon. En dan opnieuw: voelen! Niet denken, nee, voelen. Je hart inschakelen en je lichaam. Ademhalen, werkelijk nieuwsgierig zijn, en dan ‘de muziek laten vertellen wat de volgende stap zal zijn.’ Durf je te beperken, zoek het niet te snel in variatie, zoek het juist in de intensiteit van je aanwezigheid. Laad iedere toon met jouw aandacht, met jouw energie. En kijk, je bent begonnen met een improvisatie: een muziekstuk wat nog niet bestond en wat helemaal uit jou voortkomt.

Dan kom je bij stap drie: verwonder je! Muziek is een wonder. En jij ook.

Verwondering
De Graaf excuseert zich nog omdat dat wat hij zegt misschien ‘wat zweverig’ klinkt, maar dat excuus is overbodig, is muziek niet juist bedoeld om ons te verwonderen en zo uit onze aardse beslommeringen op te tillen? Maar ja, in onze cultuur vinden we rationaliteit van een hogere orde dan voelen, terwijl het tegendeel natuurlijk het geval is: niet ons denkwerk maar onze gevoeligheid brengt ons dichter bij onze creativiteit, onze muzikaliteit en niet te vergeten onze levendigheid.

In januari werd ik geïnterviewd door Annemiek Schrijver in het tv-programma ‘De Verwondering’. Zo ongeveer het eerste wat Annemiek tegen mij zei, nog voor de opnames begonnen, was: ik ben er jaloers op dat jij kunt improviseren, dat zou ik ook willen kunnen. Annemiek is zelf een begenadigd pianiste, heeft conservatorium gedaan, maar zoals meer klassieke musici denkt ze dat improviseren moeilijk is, dat je er van alles voor moet kunnen en weten, en dat het voor haar niet is weggelegd.

Ik zei dat ik het haar graag zou leren, en dat een uurtje daarvoor genoeg zou zijn. Improviseren is namelijk niet moeilijk. Het is alleen wel spannend. Zij wilde die uitdaging wel aangaan en stelde voor om er podcast van te maken. Dat hebben we gedaan, het resultaat staat nu online. Je vindt de podcast hier. En ik hoop dat als je het beluistert het jou inspireert om ook te gaan improviseren, of om dat nog veel vaker en veel vrijer te doen. Want het is heerlijk om je eigen stroom, je eigen levendigheid, je eigen verhaal, je eigen waarheid te verklanken. En te voelen: niemand hoeft mij vertellen hoe ik het moet doen, het komt van binnenuit.

Jan Kortie