Een les over de Vrij-heid
Over spelen met vleugels

Piano spelen voor publiek, dat is pas spannend!
Stefan de Vrij

Meestal staat er boven deze column een citaat van een filosoof, een musicus, een schrijver. Maar ja, het EK voetbal houdt (een deel van) ons land in z’n greep, dus laat ik daar nou eens gewoon in meegaan. Want hoe vaak kan ik nou een voetballer citeren? Over musiceren! En dan ook nog iemand met zo’n toepasselijke achternaam!

Stefan de Vrij is wel wat spanning gewend. Ga maar na: voetballen in volle stadions in Italië, de belangen zijn groot, één fout kan grote consequenties hebben. De Vrij speelt ook piano, niet onverdienstelijk zelfs, is een groot fan van Ludovico Einaudi en belandde, toen hij een van diens concerten bezocht, tot zijn verrassing met hem op het podium, aan de vleugel. En vond dat dus veel spannender. Intrigerend, nietwaar? Een zaaltje, geen grote belangen, en foute noten zou niemand hem kwalijk nemen. En toch: veel spannender.

Spanning heeft twee kanten
Als we iets spannend vinden is dat altijd een teken dat het er echt toe doet. Spanning zegt in wezen: dit is belangrijk voor mij. Er zit een angst-kant in (‘als ik maar niet…’) maar ook altijd een kant van opwinding, van verlangen (‘wow, stel je toch voor dat …’). Het onderscheid dat soms gemaakt wordt tussen gezonde en ongezonde spanning is eigenlijk kunstmatig.

Zenuwen die we voelen zijn de natuurlijke en dus gezonde reactie op een situatie die veel voor ons betekent en die we niet helemaal in de hand hebben. Wel is het natuurlijk ongezond als die spanning zich niet na enige tijd kan ontladen, maar daarover verderop meer.

Pianospelen voor publiek is dus, als ik consequent doorredeneer, op een bepaalde manier belangrijker voor de Vrij dan voetballen. Niet omdat hij in wezen meer pianist dan voetballer is, althans dat neem ik nu maar even aan. Maar vermoedelijk wel omdat het hem bij een wezenlijker ervaring brengt. Dat is namelijk wat muziek doet: het brengt ons bij ons wezen, onze essentie.

Ze brengt met haar trilling allerlei lagen in onszelf tot trilling en dan voelen we dus beweging, leven, energie, stroming. Mogelijk in de vorm van geroerdheid, of van vreugde, van verdriet of opwinding, het kan van alles zijn, maar het leeft! En we hebben het niet in de hand.

Een treurige misvatting
Die stroom, dat proces, daar gaat het om in muziek. Dat vergeten we overigens vaak. Dan denken we dat het erom gaat dat er iets moois wordt voortgebracht, iets creatiefs wellicht, of minstens iets wat aanvaardbaar is in de oren van anderen.

Dat is de grote vergissing die we in onze cultuur aan het maken zijn: dat kunstbeoefening vooral hoort bij erkende getalenteerde grootheden en dat de muziek van de een beter is dan van de ander. Dat er prestaties geleverd moeten worden en dat die ook te meten zouden zijn. Dat er vaardigheden moeten worden aangeleerd en daarmee doelen moeten worden behaald. Onze hele maatschappij zit vol met dat soort denken, en de muziekwereld draagt daar ook de sporen van, onontkoombaar.

Jan Kortie