Bij voorbaat dank

Bij al onze problemen wordt vaak de kernvraag vergeten: hoe komen we aan ons leven? Hebben we het zelf samengesteld, hebben we ervoor betaald? Het antwoord is kort: al onze menselijke mogelijkheden en beperkingen hebben we voor niets gekregen. Het enige antwoord hierop is : Dank je. Paul de Blot

Een van mijn vaste activiteiten in de kerstvakantie is: opruimen. Leegte scheppen. Het is een soort instinctmatige drang in mij, eerder dan een weloverwogen plan. M’n bureau moet leeg, anders ga ik niet lekker het nieuwe jaar in. Er zit ook wel logica in: hoe leger het bureau, hoe leger de to-do-lijstjes, des te meer rust in m’n hoofd en des te meer openheid om het nieuwe jaar te ontvangen. Maar het is niet de logica die me ertoe aanzet, het is een irrationele innerlijke drang.

Opruimen gaat ook over: wat doet er voor mij nu toe, en wat niet of niet meer? In dat kader ben ik ook al langere tijd bezig om eens kritisch te kijken naar wat er zoal onze inbox instroomt aan nieuwsbrieven. Ik zou een halve dagtaak hebben aan het lezen van al die informatie en waarschijnlijk een meer dan volle dagtaak aan het opvolgen van alle welbedoelde adviezen en uitnodigingen daarin. We hebben er dus een aantal vriendelijk afgezegd. Zoals mensen dat bij mij ook doen, en dat is maar goed ook.

Een nieuwsbrief die ik niet zal opzeggen is die van Paul de Blot, hoogleraar business-spiritualiteit op Nyenrode, die met zijn 90 jaar een levendig voorbeeld is van hoe je oud kunt zijn én blij. Toen ik na de vakantie weer aan het werk ging trof ik er weer een aan, en bovenstaand citaat komt daaruit. Tijdens onze laatste mantra-avond voor Kerstmis heb ik de deelnemers uitgenodigd om in een bepaald lied hun dankbaarheid te bezingen over iets van het afgelopen jaar. Dankbaarheid kan heel mooi passen bij het afsluiten van een jaar. Maar dit is misschien nog wel veel beter: het jaar beginnen met dankbaarheid!

Een gebed voor atheïsten?
‘Wie dankbaar is staat open voor de mogelijkheden zonder onhaalbare eisen te stellen’ zo vervolgt de Blot. ‘De dankbare mens beseft de rijkdom van zijn bestaan om er iets moois van te maken, maar is ook in staat te accepteren dat er grenzen zijn. Dankbare mensen zijn in staat elkaar te helpen om tot een symbiotisch samenspel te komen zoals we in de natuur zien. Dankbare mensen zijn dienstbaar, altijd bereid anderen te helpen.’
Die woorden deden me denken aan een uitspraak van Meester Eckhart: ‘Als het enige gebed dat je ooit bidt ’dank je’ is, is dat genoeg.’ Dat is een gebed dat zelfs voor de meest verstokte atheïst toch haalbaar kan zijn, lijkt me.

De essentie van het leven is dat we het ontvangen hebben. Wij zijn vóór al het andere, als begin, als startpunt: ontvankelijke wezens. Als we niet meer ontvangen, al is het alleen al lucht, dan gaan we dood. ‘Adem halen’ is eigenlijk een onjuiste benaming van een proces dat we beter ‘adem krijgen’ zouden kunnen noemen. We zijn ontvankelijke en dus afhankelijke wezens. Dat kan angstig lijken, maar eigenlijk is het genade, pure genade.

Genade stemt vanzelf tot dankbaarheid. Laten we dat maken tot het uitgangspunt voor dit nieuwe jaar! Zodat al wat je verlangt, al wat je je voorneemt, al waar je op hoopt voor dit jaar vertrekt vanuit de overvloed van ons leven, niet vanuit tekort. In de eerste weken van januari zien wij altijd een toestroom van deelnemers aan onze activiteiten. Zijn dat goede voornemens die uitgevoerd worden? Ik denk het. En ik juich het toe, natuurlijk. En ik denk daarbij: als je komt zingen, kom dan omdat je er naar verlangt. Niet omdat het goed voor zou zijn, niet omdat je het niet goed kunt, niet omdat er ergens aan geschaafd moet worden. Dat kan allemaal waar zijn, maar laat het niet de reden zijn van je komst. Kom omdat het tijd is om je verlangen te volgen.

Het allerengst
Deze week kwam er bij ons een aanmelding binnen voor onze leergang Michelangelo, van iemand die heel graag wil, maar het ook heel eng vindt. Ze schreef: ‘dit is van alle enge dingen op aarde (duiken in de diepzee, vertrouwen in de liefde, bungyjumpen, speechen, dingen met naalden, nachtwandelingen door het bos etc etc), wat ik het aller aller aller aller engst vind.’ Wat is dat toch fascinerend hoe steeds weer ons verlangen hand in hand gaat met onze schaamte en onze angst. En wat mooi als er dan een moment komt waarop de angst er nog wel is, maar niet meer de regie in handen heeft. Gezongen zal er worden! Uit puur verlangen, uit pure overvloed, ja, uit pure genade. Ik wens jou, lezer, een nieuw jaar toe dat vol is van dankbaarheid, van begin tot einde.

Jan Kortie