Wat is stembevrijding eigenlijk?
En ook: wat is het niet?

Het woord stembevrijding viel mij in in het najaar van 2005. Ik was aan het wandelen, ik weet nog precies op welk landweggetje ik liep, toen dit woord bijna als een soort lichtstraal binnenkwam. Ik deed dit werk al meer dan twintig jaar, maar zocht nog altijd naar de passende benaming ervan. Stembevrijding dus. 

En weer een paar maanden later realiseerde ik me: dan ben ik dus een stembevrijder. Daar moest ik wel even aan wennen, aan die term. Je kunt het gemakkelijk beluisteren als een nogal pretentieus woord. Maar ik kon er niet onderuit: dit woord beschreef (en beschrijft) beter dan welk ander woord ook waar het mij om gaat. Geestig was wel dat ik toen al begonnen was met de eerste jaargang van onze opleiding. Dat wil zeggen: de deelnemers hadden helemaal niet ingetekend op een opleiding, we kwamen er pas in de loop van het jaar samen achter dat het dat was. En pas in het tweede jaar ervan (dat spontaan uit het eerste jaar ontstond) kon ik ze vertellen waartoe ze eigenlijk werden opgeleid: tot stembevrijder.

Maar wat is stembevrijding dan?
Laat ik eerst helder zijn over wat het niet is en ook nooit zal worden: het is geen methode. Het is geen vaststaande vorm, geen inmiddels beproefde manier om je stem beter te gebruiken of om te leren zingen – al kan dat wel het gevolg ervan zijn. Nee, stembevrijding gaat over iets wezenlijks anders. Stembevrijding is een verlangen. En het is niet zomaar een verlangen: het is een universeel verlangen, dat alle mensen met elkaar delen. Of eigenlijk nog preciezer: het zijn twee verlangens die bij elkaar horen, maar wel goed te onderscheiden zijn.

Het eerste verlangen is: in alle vrijheid zijn wie je bent en vandaaruit je stem laten horen. Niet meer gehinderd door hoe het hoort, niet geremd door oordelen van anderen of van jezelf, niet belast door verwachtingen. Jouw stem, die uniek is en als enige in staat is om jouw verhaal te vertellen. En niet onbelangrijk: om jouw lied te zingen, dat iedere keer weer anders zal zijn, maar altijd van jou. Dat verlangen naar werkelijk vrije expressie vanuit een oprecht gevoel van waardigheid is een diep menselijke behoefte. Alles in ons verlangt ernaar om gezien te worden, gehoord, gedeeld. En uiteindelijk, vroeger of later: om bezongen te worden. Want een stem is pas werkelijk vrij als hij ook de met niets te vergelijken vreugde van het zingen kent. Dat kan moed vragen en overgave, maar het vergt geen specifiek talent dat sommigen wel hebben en anderen helaas niet.

Het tweede verlangen is: verbinding. Ik ben dan wel een uniek wezen met een unieke stem, maar ik verlang ernaar om me deel te voelen van een geheel. Ik verlang naar contact, sterker nog, ik kan niet zonder. Ook hier is de stem cruciaal. Samenzang is niet voor niets één van de meest verbindende ervaringen die er bestaan. Waar mensen in vrijheid samen zingen daar hoort iedereen erbij.

De ideale wereld
In de ideale wereld zingt iedereen in vrijheid zijn eigen lied én is daarbij geheel open om dat van anderen te horen en te respecteren. Zodat een rijke meerstemmigheid kan bestaan, die niemand in z’n eentje kan bewerkstelligen.

Maar ja…. Die ideale wereld zal mogelijk ooit gaan bestaan, maar zover zijn we nog niet. En dat is niet zo gek: die twee fundamentele verlangens kunnen natuurlijk behoorlijk met elkaar op gespannen voet staan. En dus gaan mensen allerlei menselijk trekjes vertonen. Ze gaan zich inhouden, zodat ze niet afgewezen worden. Of ze gaan zich forceren om toch maar gehoord te worden. Ze gaan goed hun best doen om gewaardeerd te worden. Ze worden rebels omdat de opgelegde harmonie geen recht doet aan wie ze zijn. En zo verder.

Met dat alles houdt stembevrijding zich bezig. We brengen die ideale wereld steeds iets dichterbij. Stapje voor stapje voor stapje. We hebben als mensheid daar nog een enorme weg te gaan, maar ja, iedere stap is er één, en iedere stap is potentieel ook een vreugdevolle ervaring.

Mogelijk snap je nu ook: stembevrijding kan eindeloos veel vormen aannemen. Het kan een workshop zijn waar vooral geïmproviseerd wordt (dat noemde ik ooit Badkamerzingen), het kan een mantra-avond zijn, een retraite, een privéles, een koor, een ritueel, een online-cursus. Iedere vorm die nu bij je blijkt te passen brengt je mogelijk bij iets meer vrijheid en van daaruit bij iets meer verbinding. Niet onbelangrijk: dat is wel steeds de volgorde. Eerst word ik iets vrijer, daarna kan ik iets vrijer contact maken. En dat proces kan zich eindeloos herhalen en verdiepen, steeds in die volgorde. Het is als met de ademhaling. Je kunt pas uitademen als je eerst ingeademd hebt. Natuurlijk: het omgekeerde is ook waar, maar het leven begint toch echt met een inademing en eindigt met een uitademing. Zo is het hier ook.

Moet er gezongen worden?
Tot slot nog even over de rol van muziek. Moet er eigenlijk gezongen worden bij stembevrijding? Ik zou zeggen: ja, misschien niet meteen, maar uiteindelijk wel. Om de simpele reden dat er ervaringen in het menselijk bestaan zijn die alleen maar zingend adequaat kunnen worden geuit. Au zeggen kan heel bevrijdend zijn, maar het zingen van een welgemeende klaagzang gaat mogelijk nog weer wat dieper. Hoera roepen is heerlijk, maar jubelend gezang is nog intenser. En er zijn oude, vroege stukken in ons waar woorden niet kunnen komen, maar muziek wel.

Bovendien: muziek heeft een mysterieuze verbinding met de eeuwigheid. Met de bron, of de Bron, zo je wil. Muziek is een stroom die voortdurend doorgaat, als uit een onbevattelijke en oneindige bron. Muziek neemt iedere keer weer een nieuwe vorm aan. En verdwijnt weer. Muziek is alleen nu. Muziek is de verklanking van de goedheid van het bestaan. Dat is diep troostend, bemoedigend, hoopgevend. Muziek leeft. En wij kunnen niet zonder.