Aanpak en filosofie
Het meest in het oog springende kenmerk van de aanpak van Jan Kortie
is wel dat hij een geboren verleider is als het op zingen aankomt. Of hij nou met groepen werkt of met individuen, hij is een en al uitnodiging en je moet echt heel erg niet willen zingen om dan nog je mond te houden. Zijn wapens zijn een vriendelijke (glim)lach, een groot gevoel voor humor, een flinke dosis geduld, een paar goede oren voor wat mensen zoal zingend willen uiten en een manier van pianospelen die mensen er toe brengt het beste van zichzelf te geven.

Een paar uitspraken die zijn werk typeren...

Jouw ziel wil zingen. Je persoonlijkheid vindt waarschijnlijk van alles van je zingen, maar ja, daar hoeven we niet perse naar te luisteren.

Iedereen kan zingen en daar plezier aan beleven. Sterker nog: iedereen kan zo zingen dat publiek daar plezier aan beleeft.
Natuurlijk heeft niet iedereen hetzelfde talent, maar iedereen die het verlangen om te zingen kent kan daar geweldig veel vervulling in vinden.

Daar komt bij: iedereen kan (leren) improviseren, ook wie al jaren vastzit aan bladmuziek.

Goed en fout zijn bij improviseren niet aan de orde. Wat in eerste instantie een fout lijkt te zijn kan juist een fantastische nieuwe wending opleveren als je je niet laat stoppen door je eigen of andermans oordelen.

Er is niets slechter dan je best doen. Dat schreef Kees Fens eens als titel boven een stukje in de Volkskrant. Dat is erg waar voor zingen. Loslaten is de kunst! Loslaten van je stem, je muziek. Vertrouwen op je ingevingen.

Het beste en meest bevredigende resultaat bereik je met zingen als je niet gefocust bent op dat resultaat, maar op het hier en nu. Muziek is niet een product maar een proces. Musici leveren dus als het goed is geen afgerond resultaat, maar een open ervaring.

Onderwijs moet niet gaan om het iets in een leerling stoppen, maar om uit de leerling laten komen van wat er al lang inzit. Daarbij zijn technieken en methodes soms heel nuttig, maar niets haalt het bij: oprechte liefde voor de muziek van de leerling.
 
Het einde is vreugde. Als alles gezongen is, het hele verhaal verteld, de hele mens gehoord, dan is er ruimte, vervulling, harmonie, dankbaarheid. Er is soms veel voor nodig, het kan een heel proces zijn. Maar het is voor niemand onbereikbaar. Dan resteert er pure vreugde. Ook die vreugde wil gehoord worden, en daarvoor is de stem onontbeerlijk.